Thursday, July 30, 2009

Hmm

Ik zat er gisteravond compleet door. Ik had dan ook al een hele rant geschreven over hoe moeilijk het is om op het werk dingen ter beschikking te krijgen, en hoe frustererend dat diezelfde dingen op het interweb gratis en onmiddelijk ter beschikking zijn. (een blog, wiki's by the dozens, collaboration tools, ...). Maar toen bedacht ik mij dat ik een familie te onderhouden heb, en hoezeer ik ook goesting heb om er de brui aan te geven, dat ik toch maar beter met wat premeditation kan tewerk gaan, en beter niet aan de deur gezet worden wegens policy infringement.

Right, in pretty low spirits dus. Tot ik plots zag dat iemand een comment op mijn foto had gegegeven :


Een geek girl die mijn foto "de max" vindt ?
*swells with pride*
Ik ben met een glimlach op de lippen gaan slapen. Lamazone, je hebt mijn dag goed gemaakt.

Tuesday, July 28, 2009

Sabrina

Allez, ge moet hier toch eens naar luisteren :

(live stukken beter dan de gepolishte CD-versie)

Monday, July 27, 2009

Een klein annonceken

Op zaterdag 19 September 2009 komt Bert Gabriels in De Klokke een try-out doen voorzijn nieuwe grappen. Alweer een fijne organisatie van de fidele kerels van let it happen.
Als u van standup comedy houdt, dan is dit de gelegenheid om ze in haar pure vorm te beleven.

Sunday, July 26, 2009

Trieste poëzie

In Huize Avondvuur hangen hoog in de bomen
mannen met witte hemden, en strijkt
een elegante dame de was in de weide
terwijl de geest van oude vrouwtjes
verhuist tussen identieke bovenkamers

Sabrina Starke @ Gentse feesten

Op een rapken overenweer naar de Genste Feesten om wat fotos te maken.
(gruwel, om op een zaterdagavond van de GF een parkeerplaats te vinden. Uiteindelijk wel in de Savaanstraat. Maar dan moet je wel nuchter blijven om nog door de smalle uitrit van de parking te raken.)

Bon, Sabrina Starke, dus, bij Sint Jacobs. Ik ben compleet verkocht :





Thursday, July 23, 2009

Wednesday, July 22, 2009

Allemaal samen : ooh

Kijk hier.

Dag#01

Imkedielengewijs :

Er is weer een kostuum vandaag.


Tuesday, July 21, 2009

En nog 1969


('t zou mooi zijn mocht Armstrong vandaag de rit winnen)

1969


Een peugeot 504! Motards zonder helm! Faema!

Sunday, July 19, 2009

Happy Birthday, Mister D

Ik was erbij, want ik was uitgenodigd. Als u toevallig gisteravond in De Klokke langskwam, was u er ook bij, want een uitnodiging was niet echt nodig.
Dennis gaf een soortement van barbecue-feestje, Els en Dingsken verzorgden de catering, Koen De Wulf probeerde met succes nieuwe grappen uit, een meisje uit Sleidinge deed alsof ze een zombie was, en Fat Black Pussycat speelde een schitterende set.

(en ik speelde van rockfotograaf)


Koen De Wulf


Do


Het drumstel van Peter (en Peter in soft-focus)


Pieter

Thursday, July 16, 2009

Een zomeravond

Wat late zon, schapewolkjes, wat vlees op een vuurtje, en een knetterende vuurkorf. Soms heeft perfectie niet veel nodig.







Tuesday, July 14, 2009

Maar oenoemdegij feitelijk ? (2)

[ vervolg van (1) ]

Maar allez, ge gaat dat klein boeleken toch niet bij die vreselijke zusters laten opgroeien ? “ insisteerde Hilda Waelevoet, “Wie weet wat gaat daar dan later van worden!”. Mijn moeder zat al dagen wezenloos voor zich uit te staren, niet goed wetende wat ze nu moest doen. Of ze zat opgescheept met zo’n klein wenertje, of ze zat met een vreselijke babyblues. “En uwen uitzet die ge gekocht hebt, en die schone voituur? Wat gaat ge daar mee doen?”. Mijn oudste zus was al een paar keer de straat op en af gaan paraderen met de lege kinderwagen, opdat de mensen zouden denken dat zij het was die een kindje gekocht had. Wat wilt ge, vijftien jaar, en hormonen die beginnen spelen.

“Ge hebt gelijk, Hilda, we gaan hem gaan halen”, sprak ons ma flink, “Maar hoe gaan we dat doen, we hebben geen auto!”. Mijn vader was weg met zijn Opel Kapitän, naar een vergadering van de Organisatie, of van de CVP, of gewoon van zijn Werk, het had al geen belang, als hij maar even van dat gezaag over die kleine verlost was. “Dan nemen we gewoon de Buick van mijn broer André”, zei Hilda, en zo reden ze even later samen met de vier gasten naar het weeshuis in Windeke, met ons ma aan het stuur van een automatieke amerikaan.


Daar was ik juist uit mijn badje gehaald door Zuster Odorata, een flinke non met felgroene ogen en vlezige lippen, die- nu ik erop terugdenk- zich toch wel van roeping vergist had. Ze was net snoeten naar mij aan het trekken toen het klokje van de voordeur luidde. Ze wikkelde mij snel in een gele handdoek, en trok naar de deur.

“Wij komen dat kindje halen”, zei Hilda. “En we gaan het een naam geven”. “Niks daarvan”, zei Zuster Odorata, “Gegoven is gegoven. Zo gaat dat in het klooster. Hij blijft hier.” Dat welles-nietes gesprek ging nog even door, tot mijn jongste broer zei : “Misschien moeten we hem in twee kappen?” . “Ah, très bien, mon petit ”, grimmelde grootvader, “Le roi Salomon, dans toute sa sagesse, ordonna qu’on lui coupe la tête!” Mijn broer kreeg van ons ma een ferme saflette op zijn kaak, waarop hij woedend zijn slets door het glasraam van de voordeur gooide. In de verwarring grabbelde Hilda Waelevoet mij vast, en rende iedereen naar de wagen.

Toen we thuiskwamen stond Michel Snoeck en zijn gezin aan de deur. Zijn vrouw had haar kinderen op latere leeftijd gehad, en aan de twee dochtertjes was dat enigszins te merken. Ze stonden met hun snotneusjes over mijn wiegje gebogen, en keken mij zwijgend aan. “En hoe heet uw kindje nu?” vroeg Michel. Het bleef even heel stil. “We weten het nog niet”, zei moeder, “Pierre, of Kamiel , of André.” “En waarom doet ge niet voort met uw serie van evangelisten ?”, zei Michel, “Johan is toch een hele schone naam”. Maar ons ma zag dat toch niet zitten, dat iedereen dat zou vermassacreren tot Jogan of Jowan. En meer nog, misschien zou onze pa dan op het gedacht komen om nog een vierde evangelist te willen.

Het oudste dochtertje van de Snoecks, met kortgeschoren haar, en een ziekenfondsbrilletje met confituurpotglazen, had in de acht jaar dat ze op de wereld rondliep, nauwelijks een woord gezegd. Ze keek even op van het wiegje, kromde haar vingers heksegewijs in klauwen, en sprak toen traag en zwaar, tot grote consternatie van het hele gezelschap : “Ik-zal-uw-Peterken-dooddoen!”.

Daar viel zelfs de mond van mijn jongste broer van open.

En zo kwam het dat ik, samen met deze loze doodsbedreiging, eindelijk een naam kreeg.

Sunday, July 12, 2009

Vleermuiskast

Geïnspireerd door het eigenwijze ontwerp van bart:


Saturday, July 11, 2009

Maar oenoemdegij feitelijk ?

"We gaan naar Baden-Baden", had mijn moeder gezegd, en in haar gezegende toestand durfde mijn vader haar niet tegen te spreken. "Per slot van rekening is het uw schuld dat ik in positie ben, alsof we nog niet genoeg kinders hebben. Ik moet mijn gedachten eens kunnen verzetten".

Het waren niet alleen haar gedachten die verzet werden, want ze waren nauwelijks met de nachttrein gearriveerd, toen ik op het perron ter wereld kwam. In de reeks toevalligheden die mijn leven aan elkaar breien, was dit de eerste. De stationsschef van Baden-Baden was Brüno Gabelsteck. Dat was een soldaat die tijdens zijn verblijf in ons dorp, in 1943, deserteerde uit het leger, en de rest van de ooorlog doorbracht in de kelders van het Gildenhuis. Mijn moeder was zo content van hem terug te zien, dat ze mij meteen naar hem wilde vernoemen.

Terug thuis, bracht vader verslag uit aan de hele familie, van de gebeurtenissen, en van het plan om mij Bruno te dopen.

"Brüno Gabelsteck ?" bromde mijn grootvader vanuit zijn lijst op de schoorsteenmantel, "Is dat niet die kwiet die drie jaar lang champignons gekweekt heeft in de kelder van het Gildenhuis?" "Ja, en die ik verkocht hebt in Brussel", sneerde mijn moeder, "omdat jij er niet in slaagde om deftig werk te vinden, en het gezin van eten te voorzien". Mijn vader hield zich altijd afzijdig in dat soort discussies over de oorlog. Hij had in die tijd lange motobotten gedragen, waarmee hij op zijn Gilera reed, maar sommigen dachten dat hij een gestapo was. Bij de bevrijding hadden de witten hem opgepakt, en bijna in zijn bloot gat rond de koer van 't Gildenhuis doen lopen.

"Ge gaat hem toch niet Bruno heten?" zei mijn oudste broer. "Noemen, jongen, noemen", verbeterde mijn moeder hem. "Om het even", sprak mijn broer, "ik zou mijn kind nooit vanzeleven Bruno noemen."

"En waarom noemen we hem niet Simon? De steenrots van Jezus?" probeerde mijn jongste broer. "Ah, la Sainte Histoire n'a jamais été ton fort, n'est-ce pas, Lucien", kwam grootvader er alweer tussen, "C'est Pierre, la pierre sur laquelle Jésus bâtira son église. Pierre moet dat kind heten."

"Gij altijd met uwe fransche zever", dacht mijn Pa, maar dat zei hij niet, want hij
was nogal voor de rust in huis, en stelde voor : "Diene coureur uit de Godveerdegemstraat, Ardijns, heeft zijne kleinen Peterken genoemd. Zou dat geene schonen naam zijn ?" Mijn twee zusjes zaten driftig ja te knikken, maar ze mengden zich verder niet in de discussie, want ze waren nog niet oud genoeg, en bovendien meisjes, godbetert.


Zo zaten ze nog altijd te discussiëren toen Hilda Waelevoet binnenkwam, om ons te halen voor de doop. Ze bunselde mij in een geel deken, en zo trokken we naar de doopvont. Tijdens de dienst fezelden ze de hele tijd door en raakten het maar niet eens.

"En wat is de naam die jullie voor dit kind gekozen hebben?", vroeg de pastoor. "Simon! Pierre! Peterken! André!'" brulden ze allemaal door elkaar. " Maar is dat hier godverdomme bijna gedaan!", riep de pastoor. Zuster Gemma sloeg driemaal een kruis na elkaar, en Zuster Norberta liep gauw terug naar het mortuarium, om haar doden te verzorgen.

Mijn moeder stortte huilend in elkaar, mijn pa rukte mij uit de handen van een verbouwereerde Hilda Waelevoet, en gaf mij aan Zuster Gemma. "Hierzie, ge moogt hem hebben, want anders gaat gij toch nooit aan ne kleinen geraken."

En zo kwam het dat ik mijn leven naamloos begon in een gesticht in Scheldewindeke, onder de goede zorgen van de Zusters Fransiscanessen.

[vervolg alhier]

Wednesday, July 8, 2009

Rapport

Aan het eind van het schooljaar durft een mens al eens zijn oude schoolrapporten bovenhalen, om aan zijn kinderen te laten zien hoe het eigenlijk moet.



Helaas.

Uit het eerste studiejaar, bij juffrouw Mia:


Uit het derde studiejaar, bij Meester De Geyter:





Tja. Genetica, hé.

Tuesday, July 7, 2009

Koe van de dag



Schoon, hé.

Ik heb ze zelfs op een nescafé cup gezet.

Taalergernis

Taalergernis : met stip op 1 : de verwarring tussen het bezittelijk voornaamwoord en het persoonlijk voornaamwoord. jouw of jou, uw of u, dus.

En gedomme zelfs op professionele sites :